beilen.jpg (33887 bytes) Beilen Hervormde kerk

Informatie over de kerk

Bronnen: Zie literatuurlijst

Discografie

Foto's oude situtatie 01, 02 (witte orgelkas) en 03  vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

182x/1840: Het centrale gedeelte van het orgel (3 torens met tussenvelden) is waarschijnlijk gebouwd door J.W. Timpe. Dit is nu nog te zien doordat op 2 plekken in de orgelkas een aantal onderdelen van de vroegere zijwanden nog zichtbaar zijn.  J.W. Timpe had op 6 april 1825 een geldsom van f 800,- geleend. Als onderpand fungeerde "een Kerkorgel thans staande in de Broederkerk te Groningen, hebbende negen registers, twee afsluitingen, eene koppeling, te zamen twaalf trekkers". Het betreffende instrument had J.W. Timpe omstreeks 1829 in de Broederkerk geplaatst, die kort daarvoor was afgestaan aan de Rooms-katholieken. Dit orgel, dat op 16 juni 1840 te koop werd aangeboden in de Provinciale Groninger Courant, werd verkocht aan de Hervormde Gemeente te Bellen. Deze informatie is ook te vinden in de Boekzaal: "Het orgel in de fraaie Ned.Herv.Kerk (zij brandde in het 1607 op 1608 tot op de muren af)is ingewijd den 222 November 1840. De kosten ruim f.2000,- werden grootendeels gevoden bij vrijwillige inteekening in de gemeente en het tekort door een tweede collecte. Dit orgel heeft ongeveer elf jaar dienst gedaan in de aan de R.K.Gemeente afgestane Academie of Broederkerk te groningen (1830). Het werd door de heer B.Kerckhoff van Groningen in October 1840 uit deze kerk afgebroken en alhier geplaatst. De predicatie werd gehouden door ds.L.L.van Loenen met eene leerrede over Ps.150". Van Oekelen bouwde in 1840 een nieuw orgel voor de Broederkerk te Groningen.

In het boek "Werelberoemde klanken - Het Schnitgerorgel in de Der Aa-kerk te Groningen en zijn voorgangers" ISBN 978.90.5730.775.1 (uitgegeven in 20110) is op blz. 83 een beschrijving te vinden van het orgel zoals dat in Groningen heeft gestaan. Zie hiervoor bijgaande PDF.

Bakstukken van het klavier1862: Complete herbouw door Petrus van Oekelen. Al het pijpwerk, de windlade en de mechanieken zijn van hem. Hij breidde het orgel uit met 2 pijpvelden aan de beide zijden van het orgel. Het middelste deel van het orgel zou het oorspronkelijke Timpe-instrument zijn. Binnen in de orgelkas is goed te zien dat het orgel later is verbreed. Tussen de C- en de Cis windlade zit een afstand van 137 centimeter. De kas van het orgel suggereert een vrij pedaal, maar het orgel heeft slechts 1 manuaal met een aangehangen pedaal.

1939: Reparaties door Neuhauser uit Assen

1967: Restauratie van het orgel door Flentrop op basis van een restauratierapport door Lambert Erné. Alleen technisch herstel was nodig.

Beschrijving: De geschiedenis van het orgel te Beilen is door ontbrekende archiefstukken moeilijk te doorgronden. Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862, toen het orgel door van Oekelen werd omgebouwd en werd uitgebreid met twee pijpvelden ter rechter- en linkerzijde van de orgelkas. Wanneer deze uitbreiding precies is uitgevoerd is niet zeker. Dit kan zowel in 1840 als in 1862 zijn gedaan. De uitbreiding is binnenin de orgelkas nog goed te zien door naar beneden uitstekende houtdelen van de oorspronkelijke kas. In Harlingen breidde Van Oekelen een van Gruisen orgel op een soortgelijke manier uit. Ook zijn er berichten die er op wijzen dat het orgel ooit een vrij pedaal zou hebben bezeten, maar dit kan nergens worden aangetoond.

Dispositie:

Manuaal Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862
Prestant 8'  
Prestant 16' discant Vanaf e
Bourdon 16'  
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Nachthoorn 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Mixtuur III-IV-V b/d Samenstelling:
C: 2, 1 1/3, 1
f: 4, 2 2/3, 2, 1 1/3
f': 8, 5 1/3, 4 2 2/3, 2
Trompet 8' b/d Metalen stevels en koppen

Pedaal

 
C - d'  
Trede voor Forte and Piano De quint, octaaf 4' en 2', mixtuur en trompet kunnen door middel van deze trede in 1 keer worden uitgeschakeld. De trede moet daarbij constant ingedrukt worden gehouden


 
Opnamen:

CD VLC1091 Henk Gijzen Jesu meine Freude
Nachspiel fürs volle Werk
Johann Christian Rinck
Michael Gotthardt Fischer
td 
Literatuur:

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving Lex Gunnink Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oekelen  Blz. 154 t/m 158 W.D. van der Kleij Brief aan G.J. Pottjewijd d.d 18 oktober 1990   KNOV Het orgel 1969/03 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/04 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/06 Bij de foto's Lambert Erné Restauratierapport uit 1966  

beilenhk02.jpg (25700 bytes)beilenhk03.jpg (25518 bytes)
 

Restauratie-rapport door Lambert Erné in november 1966

Historisch overzicht van de geschiedenis van het orgel
In de Hervormde kerk van B E I L E N

Alhoewel het orgel van bovengenoemde kerk niet van hoge ouderdom
Is, kon, ondanks veelvuldig speuren et bouwcontract tot op heden
Nog niet worden gevonden. Het instrument is namelijk net voor de
Hervormde Kerk te Beilen gebouwd, doch afkomstig uit een ander ge-
bouw, alhoewel de vormgeving van de brede orgelkas merkwaardiger-
Wijze als het ware voor de kerk is geschapen.
Volgens het boekwerk "De Ned. Hervormde Kerk in haar in- en uitwen-
dige staat" van Ds. Van Oosterzee op blz. 249, zou het instrument
afkomstig zijn uit de Broederenkerk te Groningen en in het jaar
1840 in Beilen zijn geplaatst.
Dat met het onderhavige instrument niet een voordien in deze kerk
geplaatst aangeduid zou kunnen zijn, bewijst het in 1840 verschenen
Deel II van "van der Aa's Aardrijkskundig Boek de Nederlanden" op
bladzijde 251, aanvangende op blz. 250 met Beilen (onderaan) "De
Hervormde Kerk te Beilen is een ruim gebouw, van hetwelk men de
tijd der stichting niet met zekerheid weet op te geven, maar het
zeker een der oudste van de provincie Drenthe. Men heeft daar
geen orgel" enz. enz.
Aansluitend op het vorenstaande kan het bericht gezien worden,
Dat M.H. van't Kruijs in 1885 publiceerde op pag. 151 van zijn dis-
positievezameling, waarin vermeldt wordt, dat P. van Oekelen in
1840 in de R.K. Broederkerk van Groningen een tweeklaviers or-
gel met vrij pedaal van 26 stemmen bouwde.
De datum, voorkomende op de destijds samengestelde Voorlopige Lijst
der Nederlandse Monumenten van geschiedenis en kunst, te weten
1840, is dan ook niet juist. In eerste aanleg dateert het orgel
van vroeger datum.
Een verdwenen opschrift op het orgel luidde: "Dit orgel is door
de heer B. Kerkhoff van Groningen in Oct. 1840 uit de Broerkerk
aldaar afgebroken en hier geplaatst." Kerkhoff was echter niet
de maker van dit orgel, doch verkocht de vrijkomende orgels voor
de R.K. kerk, die na 1820 de beschikking over de
Broerekerk kregen en de z.g. schuilkerken sloten.
De inwijding van dit orgel in Beilen vond plaats op 22 November
1840. Het instrument telde 9 stemmen en een vrij pedaal. Het is
hersteld in 1862 en bezit thans 11 stemmen met een aangehangen
pedaal. Als maker laat zich met vrij grote zekerheid van Oeckelen
noemen. De door de Hervormde Gemeente betaalde som be-
draagt volgens opgave f1523.-. (dienst 1843, overlegd aan College
van Toezicht.) Volgens andere geschiedschrijvers ruim f2000.-.
Aangezien een brand vele archiefstukken in het verleden heeft
verteerd is niet meer nauwkeurig na te gaan, welke werkzaamheden
in of omstreeks 1862 werden uitgevoerd.
Niet kan worden aangenomen, dat het instrument na 20 jaren gebruik
geheel is vernieuwd in bedoelde periode. Er is trouwens sprake
van restauratie en uitbreiding in die periode.
Desondanks vertoont het orgel een totaliteit van een éénklaviers- orgel

uit het midden van de vorige eeuw, van de makelij van van Oeckelen.
Alhoewel de huidige toonhoogte normaal kan worden genoemd zijn ge-
dekte pijpen afgesneden en de stemkrullen van de sprekende frontpijpen

lager gedraaid, waarbij deze tegen de hangers en stiften op
meerdere plaatsen gewrongen zijn.
Expressions zijn in de grotere pijpen gesneden en waarschijnlijk
kleinere pijpen afgesneden.
De windladen zijn verdeeld in C en Cis lade, terwijl onder de C lade
een magazijnbalg ligt, die oorspronkelijk zijn wind toegevoerd kreeg
Via het trappen van twee schepbalgen, welke nog onder de Cis lade
liggen en waarvan de trappers zijn afgezaagd. Voor enige jaren is
Een ventilator aan de magazijnbalg aangesloten, die thans deze balg
van wind voorziet.
De dispositie van het onderhavige orgel is als volgt:

Prestant 8 voet
Prestant 16 voet van klein e
Bourdon 16 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk; bas en diskant
Trompet 8 voet bas en diskant
Viola da Gamba 8 voet

De manuaalomvang is van C groot octaaf t.e.m. g 3 gestreept oc-
taaf. De omvang van het aangehangen pedaal is van C groot t.e.m.
d 1 gestreept octaaf.

De opeenvolging op de windlade is een normale gang van za-
ken afwijkende. De lade heeft namelijk twee kleppenkasten, terwijl
de grote en zachte labiaalstemmen voor op de lade staan en de an-
dere op de achterste helft.
De windtoevoer tot de z.g. sterke stemmen kan door middel van
een klep in het toevoerkanaal naar de achterste helft afgesloten
worden. Ter bediening van deze klep is een trede aangebracht.
De opeenvolging is dan aldus:

Prestant 8 voet
Prestant 8 v16 voet vanaf klein e
Viola di Gamba 8 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Bourdon 16 voet

Op tweede helft:

Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk
Trompet 8 voet

Het geheel is zeer ruim opgesteld in de orgelkas.
De huidige toestand van het orgel vertoont de volgende gebreken:

Windladen: Vrij sterke door- en bijspraak
Mechanieken: Rammelen in de draaipunten, zowel van toets- als van registertractuur. Een winkelhaakregel boven het klavier is vernieuwd en fabriekmatige winkels zijn aangebracht. Van vrij recente datum. Tractuur loopt scheef door onjuiste indeling van de draaipunten.
Windvoorziening: Als voren reeds omschreven. Herstel aansluiting balgen mogelijk voor eventuele storing van toevoer stroom op motor. Tamelijk goede staat wel lekkage aanwezig.
Pijpwerk: Deels door versuikering aangetaste pijpvoeten. Welke in vroeger perioden in lak zijn gedompeld. Hier en daar gescheurde en geknepen pijpranden, tengevolge van stemmen met lekke windladen. Toonhoogten en expressions als boven omschreven. Tongwerk trompet 8 voet heeft vee beschadigingen opgelopen in bekers en bij stemkrukken. Dit tongwerk spreekt slecht aan en is thans niet bruikbaar. In het algemeen voor de bouwperiode weinig kernsteken.
Orgelkas en houtwerk: Hang en sluitwerk van luiken in tamelijk goede staat. Houtworm aanwezig in meerdere houten delen en snijwerk ter weerszijden van de orgelkas.
Klavier: Enige stukjes toetsbeleg zijn verdwenen, het middengedeelte van het klavier is uitgesleten.
Restauratieplan:
Windladen: Geheel uit elkaar nemen, schoonmaken , richten en ev. Bijschaven. Opnieuw verlijmen en slepen voorzien van z.g. moderne sleepconstructie, ter voorkoming van door- en bijspraak. Ventielen ev. Opnieuw beleren, pulpeten vervangen, ev. door schijven.
Mechanieken: Uit elkaar nemen. De oorspronkelijke delen schoonmaken, roestwerend behandelen wat de metalen delen betreft, draaipunten opzuiveren, rammelvrij maken en namaakregel boven klavier vervangen door bij het werk passende nieuwe met idem winkelhaken. Eventueel onbetrouwbaar geworden draadwerk vernieuwen.
Pijpwerk: Schoonmaken, opronden en solderen waar noodzakelijk is. Indien na overleg met Rijksadviseur na demontage en verder onderzoek besloten wordt, voorzover dit noodzakelijk mocht blijken een lagere stemming door verlenging van pijpen te herkrijgen, expressions dicht solderen, kleinere pijpen verlengen en stemkrullen hoger stellen. Het tongwerk geheel herstellen. Het geheel bezien op te vervangen voeteinden i.v.m. versuikering daarvan.
Windvoorziening: Balgen herstellen een aansluiting van schepbalgen op magazijnbalg geheel bruikbaar maken. Trapinstallatie: verlengen van treden, die nu afgezaagd zijn. Motor vrijstaand van de kas achter het orgel met houten kanaal plaatsen.
Orgelkas: Het geheel schoonmaken, hang- en sluitwerk verbeteren en uitgezaagd stuk in onderluik achterzijde aanvullen, noodzakelijk geworden door het verplaatsen van de windmachine. Door houtworm aangetaste onderdelen impregneren daartegen en die delen die een dragende of steunende functie hebben en door houtworm teveel zijn aangetast vervangen.
Conducten: Gedeukte conducten uitdeuken en opnieuw aansluiten.
Klavieren: Klavier van het "werk" uitbleken, uitgesleten delen vervangen (wit ivoor) verdwenen stukjes aanvullen en op dezelfde wijze nagelen als in aanleg is geweest. Bakstukken en muziekbak nazien, ev, opnieuw verlijmen, onhoudbare delen van gelijke makelij vervangen.

Utrecht, 5 november 1966. Adviseur Lambert Erné

beilenhk05.jpg (15875 bytes)beilenhk04.jpg (25281 bytes)