Borger, Hervormde kerk

Bron: Zie literatuurlijst

Informatie over de kerk

Foto's oude situtatie 01, 02  en 03 vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

Speeltafel van het orgel voor de laatste restauratie1855/1856: Nieuw orgel door H.E. Freytag in 1852 gebouwd, blijkens een mededeling in de ventielkast. Het instrument is vermoedelijk samengesteld uit verschillende delen, afkomstig van zijn vader H.H. Freytag, bijvoorbeeld het front en de windlade. Het front is namelijk bijna geheel identiek aan het rugwerk dat H.H. Freytag in 1799 maakte bij het orgel in de Zuiderkerk in Enkhuizen. De chromatische indeling van de kabinetorgel-windlade komt geheel niet overeen met de indeling van het 6-voets front. Ook is het vreemd dat er drie registerknoppen teveel aanwezig zijn boven het klavier. Verder vertoont de windlade bepaalde kenmerken (o.a. leren flappen in de ventielkast) uit de Schnitger-school, die ook nog bij H.H. Freytag voorkomen. Een groot deel van het pijpwerk blijkt ouder te zijn dan 1852.

Volgens een mededeling van dhr. W.D. van der Kleij uit Emmen werd in het jaar 1854 in het tijdschrift Caecilia door Freytag & Zn. Een orgel aangeboden met de volgende dispositie:

Prestant8 vt Open fluit 4 vt
Viola di Gamba 8 vt disc. Woudfluit 2 vt
Holpijp 8 vt Mixtuur 3 - 4 sterk
Octaaf 4 vt  
Deze dispositie komt bijna geheel overeen met die van het orgel in Borger. De mixtuur 3 - 4 sterk is vervangen door een Bourdon 16vt, doch de stokboringen van de mixtuur zijn nog aanwezig. Deze wijziging zal vermoedelijk in 1855/1856 bij plaatsing van het orgel in Borger zijn aangebracht; hierbij werd ook de achterwand verwijderd.

Eveneens volgens een mededeling van de heer van der Kleij blijkt uit het resolutieboek van Gedeputeerde Staten van Drenthe dat het provinciaal bestuur de kerkvoogdij een lening van f 1.000,- ten bate van een nieuw orgel heeft verstrekt. De aflevering van het orgel zou zijn in november 1855, maar het werd juli 1856. Freytag schrijft op 19 juli 1856 vanuit Borger aan de kerkvoogdij van Roden, dat hij in Borger bezig is aan een nieuw orgel. De eerste door Freytag in het orgel genoteerde stembeurt dateert van juli 1858.

1858 - 1979: Achtereenvolgens werd het orgel onderhouden door Lohman (1869 - 1879), R. Meijer (1872 - 1879), (namens Lohman?) en Beukema (1880 tot ca. 1927).

1979: Restauratie door Leeflang onder advies van Klaas Bolt. Zie restauratierapport.

borgerhk.jpg (21968 bytes) borgerhk1.jpg (19619 bytes)

Dispositie:
Manuaal   Pedaal
Prestant 8' C-d1
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Fluit 4' (01)  
Fluit 2'  
Mixtuur III-IV (b/d)  

2010: De kerk wordt sinds ca. 2008 niet meer gebruikt voor de eredienst. In 2007 werd de Protestantse Gemeente opgericht. Er wordt nu gekerkt in de voormalige Gereformeerde kerk.

Organisten:  Joop de Vries Borger en Geert Meendering. Joop de Vries werd later opgevolgd door Wim Opgelder. (03)

Restauratierapport door Klaas Bolt: (02)

HUIDIGE STAAT

Windvoorziening
Teneinde voor de bourdon 16 vt. Voldoende plaatsruimte te verkrijgen werd de achterwand van het orgel verwijderd. Met gebruikmaking van de achterschotten werd het balgenhok bij het orgel getrokken. In het balgenhok bevinden zich twee grenen balgen, ook met grenen vouwen. Eén balg, en Ventus windmachine met compensator. Het windkanaal is van eiken.

Windlade C-f'''
Eén eiken kabinetsorgel-lade, mogelijk van H.H. Freytag, met een chromatische opstelling van het pijpwerk. In de windladen bevinden twee ingangen voor het windkanaal: één op de normale plaats onder de grootste pijpen (opp. 7x45 cm) en een waarschijnlijk later toegevoegde ingang. (9x11,4 cm), ook onder de grootste pijpen, doch aan de achterzijde van de ventielkast. In de ventielkast leren flappen, een kenmerk van de Schnitger/Freytag school. Twee "inliggende" voorsponden. De ventielen bezitten een rechte verticale voorzijde. Ze bewegen tussen de geleidestiften en zijn aan e achterzijde in een stift bevestigd. De onderzijde van de lade is beplakt met leer, waarin veel scheuren zichtbaar zijn.

Enkele maten: Cancelraam inclusief sponsel 6 cm
Hoogte kleppenkast 7,4 cm
Diepte kleppenkast 21 cm
  Oppervlakte windlade 43 x 135,5 cm

Mechaniek:
Onder de laden bevindt zich een horizontaal eiken welraam met eiken wellen, die onder en boven zijn voorzien van fraaie slanke handgesmede welarmpjes. Grenen abstracten en metalen winkels.

Klavier C - f'''
Het klavier bevindt zich aan de zijkant van het orgel.

Eiken toetsen: Aantrekpunt 15 cm
Aantrekpunt - draaipunt 30 cm
De ondertoetsen bezitten horizontaal geprofileerde frontons. Het ivoren toetsbeleg is met koperen pennen vastgelegd. Deze nagels bevinden zich eveneens in de boventoetsen. Van sommige nagels zijn de ronde koppen afgevijld. Enkele maten: ondertoets: 36,5 mm, boventoets 78/81, één octaaf 15,8 cm, diepgang 12 mm.

De sierlijke, van ivoren knopjes voorziene, registerknoppen bevinden zich in een horizontale rij boven het klavier. De knoppen vertonen veel wormgaten. De registernaamplaatjes zijn verdwenen. De namen staan nu op stukjes papier of perkament vermeld. De - later geschilderde - klavieromlijsting bestaat uit eenvoudige rechthoekige bakstukken. Van het oorspronkelijke notenfineer op deze bakstukken is een groot deel verdwenen. De klavierbak is van eiken. Zeer curieus is het kistpedaal C - e' met grenen toetsen, die gedeeltelijk zijn verwormd.

Pijpwerk in lade-volgorde:

Prestant 8 vt C - E Open grenen pijpen, opgesteld tegen een zijwand van de kas. Deze pijpen spreken zeer slecht.
  F- h In het front, in de drie torens (13) en de drie middelste van de vijf in beide tussenvelden (6) Typisch is het feit dat van deze sprekende frontpijpen de pijpen a, b en h naderhand stom zijn gemaakt en daarvoor in de plaats op één stok valk achter het front sprekende pijpen a, b, en h zijn geplaatst.
  c', cs', d', en ds' Op dezelfde stok achter het front
  c' - f''' Op de lade. De metalen prestant-pijpen zijn van een hoog tingehalte en dunwandiger dan het overige pijpwerk.
Viola da Gamba 8 vt discant c'en cs' afgevoerd. Op c' "Viool di gamba voet dis c' "
Holpijp 8 vt   Eiken
Octaaf 4 vt   C - G afgevoerd naar de zijkant. Op C: "Octaaf 4 voet".
Fluit 4 vt   Geheel van eiken. C - H gedekt, de overige zijn open eiken pijpen, aan de bovenzijde voorzien van metalen stemdeksels. Het pijpwerk is afgesneden; vooral de kleinste pijpjes zijn veel te kort en te wijd. (oorspronkelijk soms een flute travers 8vt?)
Fluit 2 vt   C - H metalen gedekten, op C: "Fluit 2 vt C". Verder wijde open cylindrische pijpen, waarvan echter de intonatie enigszins prestantachtig van karakter is. (Een tot een octaaf omgeïntoneerde fluit, toen de mixtuur door een bourdon 16 vt werd vervangen?)
Bourdon 16 vt C - h' Grenen gedekten, vanaf c'' metaal. Op de plaats van de mixtuur 3-4 sterk, waarvan de stokboringen nog aanwezig zijn. Vermoedelijk is dit register bij plaatsing te Borger door H.E. Freytag aangebracht.
  C - Cis Tegen de zijwand
  D -G Horizontaal op de vloer onder de lade en in de beun onder het pedaal.
  Gis - h Vervoerd in de ruimte tussen kas en balg
  c'- f''' Op de lade
Algemene opmerkingen betreffende het pijpwerk

Beschadigingen Het pijpwerk is zeer gehavend, bij veel pijpen zijn de bovenranden beschadigd. De houten pijpen zijn gescheurd, bespijkerd en beplakt met papier.
Stemirichting en toonhoogte Er bevinden zich metalen stemlappen op de randen van alle open pijpen tot half voets lengte, zowel bij de houten als bij de metalen pijpen. Vrijwel alle pijpen zij ingekort; bij sommige houten open pijpen zijn kleine stukjes uit de zijwanden gesneden. De toonhoogte is a': 440.
Kernsteken In vele pijpen zijn lichte kernsteken aangebracht
Voetopeningen Normaal, bij de gamba zeer klein + hoge opsnede
Labiumvormen Bij de gedekten en grotere open pijpen een dun belijnde spitslabiumvorm (deze vorm komt niet voor bij H.H. Freytag), bij de overige pijpen onbelijnd bijgedrukt en hoog oplopend.
Soldeerverf Rode kleur, alleen bij de horizontale soldeernaad (bij de kern)
Inscripties Op de grootste pijpen van de metalen registers staan de namen vermeld. Op elke metalen pijp bovendien een toonnaam-inscriptie op voet en corpus. Bij de Prestant 8 vt rechts en bij de overige pijpen links van de kruising van de soldeernaden.
Houten pijpen Bourdon 16 vt en Prestant 8 vt grenen met achtkantige grepen op de stoppen. Holpijp 8 vt en fluit 4 vt eiken met op de stoppen grepen in een gebogen vorm.
 

Kas en front
De kas is van grenen, de dakbedekking van vurenhout. Teneinde de bourdon 16 vt te kunnen onderbrengen is de achterwand verwijderd en zijn met gebruikmaking van de verwijderde achterschotten, twee zijwanden tussen orgelkas en balgenhok aangebracht. Om de grootste bourdonpijpen horizontaal onder het orgel te kunnen leggen is de kas op een nieuwere en hogere onderbouw geplaatst.
De kas is bedekt met verschillende verflagen: de onderste laag is een lichtbruine imitatie houtkleur, daarop een gele laag en dan de huidige ordinaire bruine kleur. Het snijwerk is bedekt met een witte verflaag, waaronder het originele verguldsel nog aanwezig is. Het snijwerk is gescheurd en grote delen zijn verdwenen. Er is veel worm in de kas, vooral in de klossen en in de later onderbouw.

RESTAURATIE
Bij het onderzoek van het orgel, dat in juli 1975 plaats vond verkeerde het instrument in een zodanige deplorabele toestand dat er nauwelijks meer enig geluid uit kwam. Een restauratie is daarom dringend gewenst. De dient het volgende te omvatten:
Een afzonderlijke post voor het vergulden van het snijwerk en van de labia van de frontpijpen.

Het eventueel opnieuw schilderen van de orgelkast in de oorspronkelijke, nog onder de huidige kleuren, wordt buiten de offerte van de orgelmaker gehouden.

 

Haarlem, november 1975

Klaas Bolt

Literatuur:

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving
Klaas Bolt    Restauratierapport
     
 
Noten:

  1. E-Mail d.d. 27-3-2006 van Geert Meendering organist van de Dorpskerk te Borger
  2. Het restauratierapport van Klaas Bolt informatie kreeg ik van Wim Opgelder, organist te Borger.
  3. E-mail d.d. 5 september 2010 door Geert Meendering


Kistpedaal