Diever, Hervormde kerk
Informatie over de kerk
Foto's oude situtatie vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl
Bron: Stencil door de organist van de kerk Mar Bruinzeel uit Diever, die weer putte uit het restauratierapport door Stef Tuinstra.
1845: Het orgel is gebouwd door Petrus van Oekelen voor de kerk van Tjamsweer. Hij gebruikte daarbij een windlade en pijpwerk van een orgel door J.W. Timpe.
1882: Het orgel wordt verplaatst naar Diever door de gebroeders van Oekelen. Het
orgel is het eerste en enige dat daar ooit geweest is. In 1826 is nog sprake van "A.J.
van Dam, schoolmeester en voorzanger te Diever". In een vergadering van 14
januari 1882 van Kerkvoogden en Notabelen stellen de kerkvoogdij voor "om aan te
kopen het orgel, dat de Heeren van Oeckelen te Haren aanbieden voor f1600,-, te kopen, te
meer omdat het plan voor eenige jaren al bestond, maar om de vele kosten toen niet tot
uitvoering is gekomen, de kosten zijn nu niet zo groot. Kerkvoogden hebben in kas f 200,-,
zoodat de gemeente bezwaard wordt met een schuld van f1400 gulden om die jaarlijks met 100
gulden af te lossen." Het voorstel werd met algemene stemmen aangenomen. Het
orgel werd besteld en reeds drie maanden later (!) ingewijd en in gebruik genomen.
De kas wordt nieuw vervaardigd met gebruikmaking van delen van de oude kas. De windlade,
pijpwerk en het manuaal worden hergebruikt. Het grootste deel van de tractuur en de balg
is nieuw. In de Kerkelijke Courant van 1882 werd de ingebruikname vermeld. De
"inwijding" vond plaats op tweede paasdag 10 april 1882 door ds. Drijber en het
orgel werd bespeeld door dhr. J. Kuiper, hoofd der school en ook organist, alsmede koster.
Tekst van de preek van ds. Drijber.
Herkomst-onderzoek:
Het orgel, dat de "Heeren van Oeckelen" plaatsten voor F 600,- is
wellicht een derdehands instrument. Daarom is de ontstaansgeschiedenis, zoals die in
Diever te boek staat, vrij onzeker. Op grond van onderzoek en met behulp van indirecte
bronnen, orgelmakerslijsten, ornamenten, stijlkenmerken en het orgelmateriaal van het
instrument te Diever en aanverwante orgels, is de herkomst en datering als volgt te
beschrijven. De gebroeders Van Oeckelen plaatsten te Tjamsweer (bij Appingedam) in 1880
een geheel nieuw orgel. Het oude, kleinere instrument was door hun vader Petrus van
Oeckelen aldaar in 1845 geplaatst. Dit oude orgel had grotendeels dezelfde dispositie
(registers) als het thans in Diever aanwezige instrument. Door dit feit, en andere
onderzoeken, blijkt dat het orgel in Diever afkomstig is uit Tjamsweer. In 1881 werd
genoemd orgel te koop aangeboden na een verbouwing in de werkplaats te Glimmen.Het oudste
materiaal is afkomstig uit de werkplaats van de Groninger orgelmaker Johan Wilhelm Timpe
(1770-1837) en is ca. 1830 vervaardigd. Met name de overeenkomst met de pijpfactuur van
het orgel in de Nieuwe Kerk te Groningen is opvallend, zelfs volkomen identiek. De
herkomst van dit Timpe-materiaal is moeilijk te achterhalen.
1955-1959: Voor de restauratie van de kerk wordt het orgel opgeslagen.

1959: Herplaatsing van het orgel in de kerk door Lucas Rinkema. (uit de school van Van Oeckelen). De kas wordt wit geschilderd. Nieuwe magazijnbalg. Het orgel wordt verplaatst naar een nieuw orgelbalkon tegen de westzijde van de kerk.
1977: Onderhoud gaat over naar de firma Mense Ruiter.
1982:Mense Ruiter vervangt het oude pedaal (C-a) door een oud pedaal van Van Oekelen (C-d1). Reparaties
1991-1992: Restauratie door Mense Ruiter. De kosten daarvan bedroegen plm f 130.000,- De benodigde gelden werden bijeengebracht door een
flinke subsidie en ook de bevolking van de gemeente Diever, kerkelijk en niet-kerkelijk heeft belangrijk bijgedragen in de kosten voor deze restauratie.
In de orgelkas werd tijdens de restauratie een plank met een tekst ontdekt. Er stond met potlood geschreven:
Johannes Noorman oud 27 - geboren in 1854
Getrouwt met Grietje Andrae oud 25 geboren in 1856
De hangzolder is gemaakt door Johannes Noorman
Aangenomen van kerkvoogden H. Offerein, H. Andrae, Predikant Drijber
Gemaakt in jaar 1882
De volgende werkzaamheden werden verricht:
Het Van Oeckelen orgel te Diever is een klein, doch welluidend instrument. Het leent zich bij uitstek voor galante muziek en de kleinere Engelse orgelwerken. Het is zeer geschikt voor de begeleiding van de gemeentezang. De schitterende akoestiek van deze kerk draagt daartoe ten volle bij. De registers Cornet en Trompet klinken zeer krachtig, maar niet overheersend, waarbij de nieuwe Cornet zich goed vermengt in het geheel en ook als uitkomende stem fraai klinkt. De gereconstrueerde windvoorziening doet de klank van de pijpen, zoals ze bedoeld was, weer recht.
Dit instrument zal zeer zeker een belangrijke bijdrage leveren aan de eredienst en aan het culturele leven in Diever. Zoals ds. Drijber, predikant te Diever het verwoordde in 1882:
"Lang prijk' dit instrument in Dievers heiligdom!
Lang spreek' het treffend schoon tot 't saamgestroomde volk!
Diep roer' het d'eelste snaar van 't menschelijk gemoed,
En voer' het op, als in de hemelkoren!
Veel draag' het bij tot liefde, hoop, geluk
tot eer van God, den menschen zelf tot heil!"

Dispositie: Timpe 1830 (T), Oekelen 1845 (O), Oekelen 1882 (Oo), Mense Ruiter (R)
| Manuaal I | Pedaal | |
| Bourdon | 16' (T,O,Oo) | C-d1 |
| Prestant | 8' (T,O,Oo) | |
| Holpijp | 8' (Oo) | |
| Viola da gamba | 8' (Oo) | |
| Octaaf | 4' (T,Oo) | |
| Speelfluit | 4' (T,Oo) | |
| Woudfluit | 2' (T) | |
| Cornet | IV discant (R) | |
| Trompet | 8' (Oo,R) |
Tremulant (R)
Organisten: