Hoogeveen, Gereformeerde Hoofdstraatkerk

Kerk
De gemeente werd gesticht in 1835 en kreeg in 1841 een kerkgebouw aan de Hoofdstraat. Verbouwingen vonden plaats in 1849, 1887,1904, 1964 en 198?.
1875 of 1877?:
In de voorganger van het huidige kerkgebouw werd in 1875 of 1877 een orgel geplaatst door de firma P. v. Oeckelen en Zn. te Haren.
1904/1905: Er wordt een nieuwe kerk gebouwd en het bovenstaande instrument wordt voor f 160,-
verkocht naar Noordscheschut of Nieuweroord, waar het
wordt geplaatst in de eveneens in 1904 gebouwde gereformeerde kerk aan de huidige
Drostenraai. Een nieuw orgel werd aangekocht uit Antwerpen. Door de orgelfabrikant J. Proper te Kampen werd het orgel gesteld en in orde
gebracht. Het aangekochte
orgel stond in de kerk van de Zusters Annunciaten, die na de val van Napoleon door Koning
Willem I aan de protestanten, veelal Lutheranen van Duitse afkomst werd geschonken. (Deze
kerk is nog steeds in gebruik en staat aan de Lange Winkelstraat 5). Deze Lutheranen
lieten in 1846 door Bernard Dreymann een orgel bouwen. Op de duur was men niet meer
tevreden over het orgel het zicht op het prachtige raam in de voorgevel werd belemmerd.
Men besloot een nieuw orgel te laten bouwen, dat het raam wel zichtbaar liet. Voor het
oude orgel werd een koper gezocht Dat was in 1905. Het contact met Hoogeveen werd
tot stand gebracht door een merkwaardig mens, de Wildervankse heer Hendericus Bos. De heer
Bos en zijn familie waren 1) rijk, 2) uitzonderlijk vrijgevig, 3) verknocht aan de
Gereformeerde kerken en 4) bezeten van liefde voor orgels en orgelmuziek. Deze vier
eigenschappen hebben enkele fortuinlijke gevolgen gehad voor de kerk van Wildervank, maar
ook voor die van Rotterdam, waar naar toe twee leden van de Bos-familie in 1882 resp. 1906
verhuisden. Zij schonken zowel in Wildervank als in Rotterdam veel geld voor de bouw van
kerken en orgels. Zo kon in Rotterdam de Nieuwe Zuiderkerk tot stand komen (1914-1916),
een van de kostbaarste gereformeerde kerken ooit gebouwd. Hendericus Bos gaf er
persoonlijk nog het geld voor een orgel bij cadeau. Dat werd met 4 klavieren, 64 stemmen
en 5415 pijpen het grootste orgel, waarover ooit een gereformeerde kerk heeft kunnen
beschikken. (De kerk is in 1968 afgebroken en het orgel is toen hervormde kerk van
Doesburg). De heer Hendericus Bos beschikte over veel connecties, veel informatie en veel
kennis. Samen met de Brusselse organist Bernard ten Cate bemiddelde hij tussen Antwerpen
en Hoogeveen. Met succes. De koop kwam rond voor de somma van achttienhonderd Belgische
franken, toen ongeveer zeshonderd gulden. Het instrument werd in een schip geladen en kwam
ondanks enig geharrewar met de fiscus over de verschuldigde invoerrechten, ongemoeid en
ongeschonden aan in Hoogeveen, waar het in de splinternieuwe kerk werd ingebouwd. Bij de
ingebruikneming van het instrument op vrijdag 18 augustus 1905 waren meer dan 1000
belangstellenden aanwezig. Men had er Bernard ten Cate, organist van de Nederlandse
Evangelische kerk te Brussel, voor laten overkomen. Hij was in 1903 prijswinnaar voor
orgelspel geweest aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en bracht op magistrale
wijze een aantal orgelwerken van diverse meesters ten gehore. Daaronder de Marche
Solennelle van Mailly, waarin de krachtige klank van het volle werk uitnemend uitkwam.
Iedereen was enthousiast. De avond werd besloten met een collecte voor de armen, terwijl
de krant waaraan ik een en ander ontleende - De Standaard van 22 augustus 1905 -haar
lovende berichtgeving afsloot met een "Soli Deo Gloria".
Zie voor
de historie van het Dreymann de
website van
de Protestantse kerk in Antwerpen
1952: Het instrument wordt door Reil uit Heerde uitgebreid met een derde klavier. Dit derde
klavier werd geplaatst in het tot nu toe loze rugpositief. In het boek van Achim Seip over
de orgelbouwer Dreymann is een reconstructie te vinden van de oorspronkelijke
dispositievan dit orgel. Ook bij W.D. van der Kley is een dispositie
te vinden.
Dispositie na de werkzaamheden van Reil:
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Rugwerk | Pedaal | ||||
| Quintadena | 16' | Salicionaal | 8' | Bourdon | 8' | Subbas | 16' |
| Prestant | 8' | Holfluit | 8' | Quintadena | 8' | Octaafbas | 8' |
| Roerfluit | 8' | Prestant | 4' | Prestant | 4' | Gedektbas | 8' |
| Octaaf | 4' | Fluit | 4' | Quint | 2 2/3' | Octaaf | 4' |
| Quint | 2 2/3' | Nazard | 2 2/3' | Flageolet | 2' | Octaaf | 2' |
| Octaaf | 2' | Nachthoorn | 2' | Terts | 1 3/5' | Bazuin | 16' |
| Mixtuur | III-V | Cymbel | III | Scherp | III | ||
| Trompet | 8' | Quint | 1 1/3' | Kromhoorn | 8' | ||
| Vox Humana | 8' | ||||||
| Tremelo |
1964:
In dit jaar werd het kerkinterieur zo goed als geheel gemoderniseerd. De orgelbouwer
De Graaf uit Amsterdam bouwde een nieuw orgel in een nieuwe kas en van de oorspronkelijke
registers werden alleen de Subbas 16', Salicional 8' en de Super-octave 2' overgenomen.
Een plan van Reil werd niet aangenomen. (Zie tekening)

2000: Restauratie door Pels en van Leeuwen.
Huidige Dispositie:
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Rugwerk | Pedaal | ||||
| Prestant | 8' | Salicionaal | 8' | Bourdon | 8' | Prestant | 16' |
| Roerfluit | 8' | Holpijp | 8' | Prestant | 4' | Subbas | 16' |
| Octaaf | 4' | Octaaf | 4' | Quintadeen | 4' | Octaaf | 8' |
| Gedekte fluit | 4' | Roerfluit | 4' | Gemshoorn | 2' | Gedekt | 8' |
| Quint | 2 2/3' | Nasard | 2 2/3' | Sesquialter | II | Octaaf | 4' |
| Octaaf | 2' | Nachthoorn | 2' | Scherp | IV | Ruispijp | III |
| Mixtuur | IV-V | Quint | 1 1/3' | Kromhoorn | 8' | Bazuin | 16' |
| Cornet | V | Cimbel | III | Schalmei | 4' | ||
| Trompet | 8' | Musette | 8' | ||||
| Tremelo |
Literatuur:
| Schrijver | Boek of tijdschrift | Omschrijving |
| J.L Havingha | De Veenmol 1994-II | Het orgel van de Hoofdstraatkerk |
| ? | De Standaard van 22 augustus 1905 - aanwezig in de bibliotheek van de Theologische Universiteit te Kampen | |
| Steensma en Van Swigghem | Honderd vijftig jaar Gereformeerde Kerkbouw" van - o.a. blz. | Blz 192-193 |
| Achim Seip | Die Orgelbauwerkstatt Dreymann in Mainz/Orgelbau-Fachverlag Rensch Lauffen a.N. / ISBN 3-921 848-21-0. |

Reconstructie van de oorspronkelijke dispositie van het Dreymann-orgel:
| Hoofdwerk | C-g''' | Nevenwerk | C-g''' | Pedaal | C-c' |
| Bourdon | 16' | Salicional | 8' | Subbass | 16' |
| Principal | 8' | Grossgedackt | 8' | Octavbass | 8' |
| Viola da Gamba | 8' | Principal | 4' | Violonbass | 8' |
| Grossgedackt | 8' | Spitzflöte | 4' | Octavbass | 4' |
| Quinte | 6' | Flageolet | 2' | Posaunenbass | 16' |
| Octave | 4' | Krummhorn | 8' | ||
| Kleingedackt | 4' | ||||
| Octave | 2' | ||||
| Cornett | V | ||||
| Mixtur | III-V | ||||
| Trompete | 8' |
De dispositie van dit orgel was in 1905 (bron W.D. van der Kleij):
| Hoofdklavier | Bovenklavier | Pedaal. |
| Bourdon 16 | Salicional 8 | Subbas 16 |
| Principal B 8 | Hobo 8 | Principal 8 |
| Grosz Gedackt 8 | Flute 8 | Posaune 16 |
| Gamba 8 | Flute 8 | |
| Fluit 8 | Super Octaaf 4 | |
| Cello 8 | Flageolet 2 | |
| Octaaf 4 | ||
| Mixtuur 3 sterk | ||
| Cornet 5 sterk |
Koppelingen: Manuaal I - Manuaal II; Pedaal - Manuaal I; Pedaal - Manuaal II.
Noten