Dwingeloo, Hervormde kerk

Informatie over de kerk

Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 5 maart 2018
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Mixtuur (Wordt nog vervangen door een betere opname)

1665: Er wordt een orgel geplaatst, waarvan de maker onbekend is. Op het orgel stond te lezen: 'Dit monument ende gedagtenisse heeft ter eere Gods en ter eeuwige memorie doen en laten stichten de Hoog Welgeb. Heer Rutger van den Boetzelaer, Heer van Batinge ende Entinghe, Drossard van Covorden ende den Landschap Drenthe.' Dit opschrift wordt in de Franse tijd verwijderd, maar was in 1846 nog goed te lezen. Het orgel had twee deuren of luiken, namelijk een 'Zuiderdeur', met het portret van de schenker en een 'Noorderdeur' met het portret van zijn vrouw, 'Battina van Loohn'. Boven het klavier stond: 'A.1665 den 14 Majus'. (01)
Het orgel had 7 registers en een pedaal, zoals valt op te maken uit een advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser courant van 20 juli 1886, waarin het orgel door de kerkvoogdij te koop werd aangeboden.

1671: Afschrift van een akte van 4 Maart 1671, waarin Joost Roedolph van den Boetzelaer, heer van Batinge en Halteren, als mede-erfgenaam van zijn oom drost Boetzelaer, op zich neemt om de organist van Dwingeloo jaarlijks de helft te betalen van de honderd gulden, die het landschap Drenthe na het overlijden van de drost op het traktement van de organist heeft gekort. (04)
Dit stuk heeft te maken met de Landschapsresolutie van 23 februari 1665.: 'De heer drost van den Boetzelaer heeft erlangt een subsidie tot het onderhoudt van een organist tot Dwingeloo, waarop gedelebireert zijnde, hebben de heeren Ridderschap ende Eijgen erfden geaccordeert de summa van hondert en dertich Caroly gulden jaarlyx te genieten bij den Organist, soo lange als de tegenwoordige schoolmeester tot Dwingeloo sal leven, en sulx onder consequentie inkumpstich'. (22)

1674: Hoger op het orgel kon men lezen: 'I. Delbrugh, Ao 1674 d. 9 Julij' (01) (02).

1682: Van 24 januari dateert een akte van benoeming van meister Jacop Jansen Schmit? van Uithuizen in Groningen tot organist-schoolmeester van Dwingelo door Joest Rudolph van den Boetzelaer heer te Batinge en Halteren en Niclaes van Echten heer te Entinge, als collatoren. (05)
Nota van de predikant van Dwingeloo omtrent het traktement van de koster-schoolmeester. (03)
In een noot van de hand van Mr. J.G.C. Joosting, rijksarchivaris in Drenthe en samensteller van het huisarchief Batinge. Uitgegeven te Leiden in 1910 staat: 'Volgens het stuk heette 'de voorgaande coster-meister Jan; de oorlog met Munster behoorde tot het verleden. Het stuk dateert dus van circa 1682, toen de opvolger van Jannes d'Elbrugh is beroepen.' Waarschijnlijk wordt hier dezelfde persoon genoemd als de vermelding van 'Delbrugh, Ao 1674 d.9 Julij' op het orgel. (20)

Ca. 1690: Fragment van een getuigenverhoor, waarbij Jacob Jansz. Smit verklaart dat, toen hij schoolmeester was in Dwingeloo, een zekere Hendrikjen woonde in het huisje 'op de vicarijgeren tegenover het tegenwoordige Franse huijs', doch dat hij geen huur van haar heeft kunnen krijgen. (06)


Gezicht op Dwingeloo in de 18e eeuw. De theekoepel behoorde bij de havezate Batinge (Monumenten in Nederland 2001)

1726: Akte van 5 november met een regeling voor het treden van de balgen.
'De Kerkvoogden in der Tijd tot Dwingeloo zullen weldoen en betalen an de Scholts, Prins en Comp: Zodaane penningen als mij van haer op Maij 1727 of zoo ick verder Continuëerd
tot Zt Jacobi 1727 van het Orgel blaesen als dan toekomen 't zal haer E. onder quitancie voor goede betaling verstrecken, Dwingeloo 5e november 1726
Dit is't X Mark van
Fennechjen Evers in mijn
presentie getogen
hendrick Lubberts
1728 Op 9 januarij is door de kerkvoogd Albert Santing an mij wegens de weduwe van Roelof Roelofs kromholt twalf gulden betaalt op assen deese voor quitum sij in Dwingeloo op dato als boven'

1727-1729: Uit deze tijd dateren documenten over de vorderingen van de organist-schoolmeester in Dwingeloo op de heer van Oldegaarde tot voldoening der klokrogge. (07)

1739: Getuigschriften voor Anthonij Kortrijk met bewijzen van zijn bekwaamheid als schoolmeester en organist. Meegstuurd worden aanbevelingen van David Leo en H. Jaarsma, organisten te Steenwijk. (09)

1773: Door het overlijden van de vorige organist, Anthony Kortrijk, moet er een nieuwe organist worden benoemd. De correspondentie met de binnengekomen sollicitaties is bewaard gebleven. (10)

1781: Correspondentie bij de benoeming van Klaas Harms uit Diever tot koster en schoolmeester. (21)

1835-1860: In de verslagen van de kerkvoogdij wordt ieder jaar gemeld wat er is uitgegeven aan het onderhoud van het orgel. De bedragen variëren van f 10,- tot f 25,-

1846: Ds. Van Schaick van Dwingeloo schrijft in de Drentsche Volksalmanak een artikel over de kerk en het orgel. (01)



1849: In een ingezonden brief schrijft 'Z.' over het recht van de adel in Dwingeloo tot het benoemen van kerkvoogden, koster, voorzanger en organist. Hij schrijft dat dit recht al bij de grondwet van 1814 verloren is gegaan.

Drentsche courant 02-02-1849

1850: Bij de viering van het 250-jarig bestaan van de kerk was er zoveel belangstelling voor deze viering dat de orde door de politie moest worden gehandhaafd.
De staat van het onderhoud van het orgel was toen nog zo goed dat men er zelfs bovenop kon zitten!

Drentsche Courant 31-12-1850


Boekzaal der Geleerde Wereld 1850

1851: Het orgel wordt gerepareerd door een zekere Klein (23) en daarna door hem gedemonstreerd met een orgelconcert.
De opbrengst van het concert wordt bestemd voor de armen.


Provinciale Drentsche en Asser courant 14-10-1851

1855: Er wordt 230 gulden uitgegeven aan 'reparaties aan het orgel'. Niet bekend is welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. (14)
De gemelde reparatie uit het krantenbericht van 1851 is in de kerkvoogdij-notulen niet terug te vinden.

1856: In de kerkvoogdijnotulen van 30 augustus wordt besloten dat de kerkmuren moeten worden gewit en de kerkzolder blauw geverfd. (16)
De kerkmuren waren dus vóór de brand van 1923 gepleisterd.

1865: Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie van hoofdonderwijzer in Dwingeloo. Er is uitzicht op een benoeming tot koster en organist.

Provinciale Drentsche en Asser courant 23-09-1865

Op 16 oktober vraagt koster en organist G. Deeze per 1 november ontslag als organist. (17)

1866: Op 13 maart en 31 maart komt in het College van Toezicht een geschil aan de orde tussen de kerkvoogdij van Dwingeloo en collator A.W. Westra van Holthe over de benoeming van een organist en de voordracht van een koster. (26)

1870: Oud-predikant Van Schaick beschrijft in het blad De Oude tijd jaargang 1870 het orgel in de kerk. (18)


1875: Op 19 november dient Roelof Koeling een rekening in voor reparatiewerkzaamheden. Een van de posten heeft betrekking op een uitgave van f 20,- voor het orgel. (17)

1876: Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie van hoofdonderwijzer in Dwingeloo. De huidige hoofdonderwijzer is ook koster en organist.

Provinciale Drentsche en Asser courant 20-06-1876

In de kerkvoogdijvergadering van 20 september wordt het vertrek van de organist besproken. Dit is een goed moment om de instructie voor de functie van koster/organist opnieuw te bezien.
In de vergadering van 25 oktober wordt gemeld dat organist Bouwman is vertrokken naar Beerta. De nieuwe hoofdonderwijzer, Roelof Staal, wordt organist.
Op 27 december en 2 januari wordt gesproken over herstel van het orgel door Ansingh uit Zwolle. Ansingh heeft op 19 december het orgel geďnspecteerd. Ansingh kan het orgel in orde maken voor f 150,-. Er wordt besloten eerst informatie over Ansingh in te winnen voordat een besluit wordt genomen. (13)

1877: In de kerkvoogdijvergadering van 27 december komt aan de orde dat organist Staal heeft gevraagd om vrijgesteld te worden van het aansteken van de kaarsen bij de godsdienstoefeningen in de avond, omdat dit veel tijd kost. Hij had al eerder te horen gekregen dat hij gedeeltelijk vrijstelling had. De kerkvoogdij besluit dat de huidige situatie blijft gehandhaafd. (13)
Op 20 februari is er een brief van Ansingh uit Zwolle, waarin wordt geconstateerd dat er een nieuw klavier geďnstalleerd moet worden omdat het oude klavier verwormd is. Hierdoor gaat de reparatie langer duren dan gepland. In de tussentijd stelt Ansingh een harmonium beschikbaar dat per boot naar Dieverbrug vervoerd kan worden. De kerkvoogdij dient het vervolgens per boerenkar in Dieverbrug af te halen. Het harmonium wordt gratis ter beschikking gesteld. (17)

1882: Op 16 mei schrijft orgelmaker Roelof Meijer uit Veendam dat hij van de kerkvoogdij in Alblasserdam heeft gehoord dat Dwingeloo navraag heeft gedaan naar een orgel. Meijer bouwt in Alblasserdam een nieuw orgel voor de kerk als vervanger voor een kleiner orgel dat hij eerder leverde. De maten van dit orgel zijn 370 cm hoog en 330 cm breed. De dispositie luidt als volgt: Prestant 8', Bourdon 16', Holpijp 8', Viola di Gamba 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2'. De kast is zwart gevernist. Meijer kan het orgel leveren voor f 1.500,- met vijf jaar garantie. (17)
In de vergadering van 22 mei komt het orgel van Alblasserdam aan de orde. Er staat een advertentie in de krant Nieuws van de Dag. Uit ingewonnen informatie blijkt dat de eigenaar van het orgel niet solide is en de kerkvoogden besluiten van de koop af te zien. (13)
Op 27 mei volgt er nog een brief uit Alblasserdam met gegevens over de ingebruikname van het nieuwe instrument. (17)

1883: In de vergadering van 13 oktober wordt het vertrek van onderwijzer Staal gemeld. De nieuwbenoemde hoofdonderwijzer Boneschanscher wordt ook weer koster en organist. Hij zal de instructie van 26 maart 1882 ondertekenen. (13)

1886: In de vergadering van 3 juni wordt een brief van organist Boneschanscher behandeld waarin hij de slechte toestand van het orgel noemt. Hij heeft geďnformeerd naar een nieuw orgel bij Van Oeckelen. Deze biedt in een advertentie twee orgels aan voor f 1.600,- en f 2.200,-. Er wordt besloten de notabelen op 5 juni bijeen te roepen voor overleg.

Het nieuws van den dag: kleine courant 31-03-1886

Op 5 juni wordt door de kerkvoogdij en notabelen besloten een commissie naar van Oeckelen in Haren te sturen om het een en ander te bezien. Gevraagd zal worden of het oude orgel kan worden ingeruild. Als dit niet mogelijk is, kan het orgel per advertentie te koop worden gezet.
De advertentie wordt in juli geplaatst. Uit de advertentie blijkt dat het orgel zeven registers heeft en een pedaal.
In de vergadering van 25 september doet de commissie verslag van haar bezoek aan Van Oeckelen. De orgels worden goed bevonden, maar aangezien er nog geen kopers voor het oude orgel waren, kan er nog geen sprake zijn van een nieuw orgel.
(13)


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-06-1886, Provinciale Drentsche en Asser courant 20-07-1886, Het nieuws van de dag

1887: In de kerkvoogdijvergadering van 8 juni wordt de kerkvoogdij door de notabelen gemachtigd het oude orgel te verkopen en voor f 2.250,- een orgel te kopen bij Van Oeckelen. Wel krijgt men nog de opdracht mee om met Van Oeckelen te onderhandelen of de aankoopprijs kan worden verlaagd. (13)
Op 13 juli een brief van Van Oeckelen aan de kerkvoogdij. (Deze dient nog ontcijferd te worden) (17)
In juli informeert orgelmaker Jan Proper naar de afmetingen, aantal registers en de prijs van het oude orgel. Wanneer moet het orgel uit de kerk worden gehaald en wat is de afstand tussen Dwingeloo en Meppel? Proper moet een orgel in Meppel stemmen en wil graag eens kijken in Dwingeloo. (17)
Op 31 augustus wordt in het College van Toezicht (verbaal 29/15) een brief van 14 augustus van de kerkvoogdij van Dwingeloo behandeld. Mag de afkoopsom van de pastoriepacht worden gebruikt voor de aanschaf van een nieuw orgel? Dit wordt toegestaan mits een schuldbekentenis wordt opgemaakt. (27)
Op 12 september en 21 oktober komt de aankoop van het orgel weer aan de orde. In de vergadering van 21 oktober wordt de brief van Van Oeckelen behandeld waarin hij toezegt het orgel voor f 2200,- te leveren. Voor het plaatsen rekent hij f 50.- of f 56,-. Hij is in Dwingeloo geweest en constateert dat het orgelbalkon eerst moet worden hersteld voordat het nieuwe orgel geplaatst kan worden. Voor het oude orgel wil hij f 30,- betalen. De kerkvoogden vinden dit bedrag niet hoog genoeg.
Op 31 december worden de financiën met koster/organist Boneschanscher over 1887 afgesloten. (13)
Ondanks verzet van Mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer (zie Drentsche Volksalmanak 1890) wordt het orgel met de luiken uit de kerk verwijderd om te worden vervangen door het orgel van Van Oeckelen.


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-09-1887, 22-11-1887, 30-11-1887
 


Op 27 november wordt het nieuwe orgel in gebruik genomen. Het oude orgel zou volgens onderstaand bericht afkomstig zijn uit het slot 'Batum' (Batinge). 'Het familiewapen dat op het orgel prijkte, met de beschilderde deuren dien het orgel insloten, zijn aan de familie teruggegeven'. Het orgel is direct voor de kerk van Dwingeloo gebouwd. Het is wel mogelijk dat er in Batinge een orgel heeft gestaan, omdat de organist van de kerk van Dwingeloo in 1690 wordt betaald voor het spelen in de Franse kerk van Dwingeloo. Zie Dwingeloo-Batinge


Het Orgel tweede jaargang no. 11, 1 januari 1888

Dispositie van het van Oeckelen-orgel:

Prestant 8' tin in front
Bourdon 16'
Holpijp 8'
Viola di Gamba 8'
Octaaf 4'
Speelfluit 4'
Quintfluit 3'
Woudfluit 2'
Trompet 8
De registers Bourdon en Trompet hebben voor het groot octaaf afzonderlijke trekkers. Dit om een tweede klavier te kunnen imiteren en bij de solostemmen een vrije bas te kunnen gebruiken. Het orgel was zeer krachtig en de solostemmen zijn liefelijk geďntoneerd.


Het nieuws van den dag kleine courant 01-12-1887, Meppeler Courant 30-11-1887, Provinciale Drentsche en Asser courant 22-11-1887

1888. In de kerkvoogdijvergadering van 28 januari wordt overlegd hoe men het resterende bedrag voor het orgel moet financieren. (13)

1889: In de vergadering van 7 maart komt de financiering van het orgel weer aan de orde. Voor de aankoop van het orgel is een lening van f 2.250,- gesloten. Volgens het College van Toezicht had de kerkvoogdij geen machtiging gekregen voor het aangaan van deze lening. De kerkvoogdij is van mening dat er toestemming is gegeven op 31 augustus 1887. (13)
Op 13 maart komt in het College van Toezicht de financiering (verbaal 12) van het orgel weer aan de orde. Het besluit van 1887 is niet helemaal conform de voorschriften verlopen. Het besluit tot aankoop had moeten plaatsvinden in een gecombineerde vergadering van kerkvoogden en notabelen.
Op 27 april komt Dwingeloo weer ter sprake (verbaal 20) in het College van Toezicht. Het orgel heeft f 2.250,- gekost. De afkoop van de pastoriepacht heeft f 1.250,- opgebracht. Voor het resterende bedrag van f 1.000,- is een lening gesloten, opgesplitst in tien aandelen f 100,-. Per jaar wordt een aandeel afgelost. (28)

1890: In de Drentsche Volksalmanak van 1890 wordt de kerk en haar inventaris beschreven in het artikel De kerk van Dwingeloo door Mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer. Op de bladzijden 57, 58 en 62 wordt het oude orgel beschreven. De schrijver heeft de kerk bezocht voordat het oude orgel was verwijderd. Hij stelde toen voor om het front van het oude orgel naar een andere plek in de kerk te verplaatsen en te bewaren. 'Ik heb mij toen veroorloofd in bedenking te geven, het front van het oude orgel met genoemde vleugeldeuren niet uit de kerk te verwijderen, maar het een andere plaats te geven, waartoe alle gelegenheid bestond.'

1892: Organist Boneschanscher verzoekt op 19 januari ontheven te worden van zijn taak als klokkenluider. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan verzoekt hij om verhoging van het traktement. (17)

1902: In een krantenbericht is een beschrijving te vinden van de plichten en de inkomsten van de onderwijzer in Dwingeloo in 1784.

Provinciale Drentsche en Asser courant 02-03-1903

1908: Organist Boneschanscher viert zijn 25-jarig jubileum als organist en hoofdonderwijzer.

Provinciale Drentsche en Asser courant 17-10-1908, Het Orgel 1908 november

1908: Concert door organist J.H. Secrčve, mevr. Secrčve-van Emminck zang en Jan C. Manifarges viool.

Provinciale Drentsche en Asser courant 14-03-1908, 24-03-1908

1922: Concert door de organist van de Grote Kerk van Steenwijk dhr. van Wageningen. De opkomst was niet bijzonder groot omdat de organist hier niet bekend was. Het tweede concert trok meer bezoekers.

Provinciale Drentsche en Asser courant 20-06-1922, 06-12-1922

1923: Op 27 mei schrijft organist Boneschanscher dat hij per 1 september met pensioen zal gaan als hoofdonderwijzer in Dwingeloo en dat hij ook zijn functie als organist wil beëindigen. Als opvolger is de heer Mulder uit Dieverbrug benoemd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 13-10-1923

1923: De kerk wordt door een brand getroffen en het orgel wordt verwoest.

Ansichtkaart 1923

Vele kranten berichten over de brand:
 - Emmer courant 18-08-1923
 - Sumatra Post 13-09-1923 01 en 02
 - Sumatra-bode 20-09-1923
 - Nieuwsblad van het Noorden 14-08-1923 en 16-08-1923
 - Provinciale Drentsche en Asser courant 14-08-1923 en 15-08-1923


Provinciale Drentsche en Asser courant 18-08-1923

1925: Voor de aanschaf van een nieuw orgel worden bazaars gehouden. Zie De standaard 02-06-1925, Provinciale Drentsche en Asser courant 25-04-1925 en 23-05-1925 en Meppeler Courant 30-05-1925.

Meppeler Courant 1925-05-23 Bazaar om geld in te zamelen voor nieuw orgel na de brand van 1923, Meppeler Courant 1925-05-30 Bazaar brengt f 1.000,- op.

M. Spiering uit Dordrecht levert een orgel dat wordt geplaatst door orgelmaker Thijs. Thijs krijgt daarvoor op 8 oktober een bedrag van f 3.950,- uitbetaald.
De kerk en het orgel worden op 4 oktober officieel in gebruik genomen.

Dispositie:

Manuaal C - f' Pedaal C - d'
Bourdon 16' b/d Aangehangen
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Salicionaal 8'  
Viola da Gamba 8'  
Octaaf 4'  
Roerfluit 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Trompet 8'  


Links ansichtkaart: http://www.kerkeninbeeld.nl, rechts: ansichtkaart


Het Orgel 1925 juli 1925, Nieuwsblad van het Noorden 24-09-1925, Meppeler Courant 1925-09-23


De Nederlander 06-10-1925



Provinciale Drentsche en Asser courant 05-10-1925. (Klik op de afbeelding voor een vergrote versie)

1928: Concert door organist L. van Aalst uit Assen, H. van Borsem-Waalkens viool en H. Zeephat zang.

Provinciale Drentsche en Asser courant 22-03-1928

1935: Oproep van sollicitanten voor de functie van organist. Na een vergelijkend examen wordt de heer P.J.A. Krayma, leerling van Johan van Meurs, benoemd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 23-11-1935, 11-12-1935

193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier.

Klik op de afbeelding voor een vergroting (30)

1937: De opschriften op het eerste orgel van de kerken worden vermeld in het boek Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe.

(29)

1950: Het hervormde kerkkoor geeft een zangavond met medewerking van de heer Geuchies (organist van de Gereformeerde Kerk in Dwingeloo) en H. Groter uit Meppel op viool.

Provinciale Drentsche en Asser courant 14-03-1950


Foto: Stichting Orgelcentrum nr. Gr 2112

1959: Advertentie voor een nieuwe organist.

Provinciale Drentsche en Asser courant 16-09-1959

Op 9 december meldt Reil dat hij uit voorraad een windmotor kan leveren. Reil maakt ook een rapport over het orgel. Hij constateert dat het orgel nog geen windmotor heeft. Het front past prima in de kerk. Door lekkage in de windlade is het handmatig pompen uiterst moeizaam geworden. De windlade zou gerestaureerd moeten worden. Bij een restauratie zou de Gamba 8' vervangen moeten worden door een Mixtuur II-III.
In een brief van 16 december schrijft Reil dat 2 monteurs voor de kerstdagen een nieuwe windmotor zullen plaatsen. Er dient dan een elektricien aanwezig te zijn. Het front wordt schoongemaakt en een stembeurt uitgevoerd. Zie de rekening van 31 december. (15)

1960: Op 11 augustus vraagt orgelmaker L. Rinkema uit Woldendorp wat de stand van zaken is van zijn offerte voor het plaatsen van een Meidinger-windmotor. (15)

1961: De kerkvoogdij van Dwingeloo heeft gebeld met de Hervormde Orgelcommissie (HOC). De HOC beantwoordt de vragen op 9 oktober en licht haar werkwijze toe. Een voorlopig onderzoek kost f 35,-.
Op 1 november geeft de kerkvoogdij de HOC opdracht voor een voorlopig onderzoek. Op 2 november schrijft de HOC dat Cor Edskes een afspraak zal maken voor een bezoek. (12) (34)

1962: Op 27 februari verschijnt het voorlopig rapport van Cor Edskes.
 - De windlade is lek en heeft door- en bijspraak
 - De mechaniek is slecht geconstrueerd en het toucher is taai
 - Het pijpwerk is in slechte staat en heeft veel beschadigingen. Veel zinken pijpwerk, kernsteken, expressions en te kleine voetopeningen
 - De intonatie is slecht
 - De orgelkas is van een slechte constructie. Er is veel triplex en een dak ontbreekt.
 - Er zijn lekkages in de windvoorziening
 - De verzekeringswaarde wordt geschat op f 35.000 als vervangingswaarde.
Conclusie: ‘Zoals uit bovenstaande blijkt, bevindt uw orgel zich in een zeer slechte staat. Daar het instrument zowel constructief als artistiek van zeer slechte kwaliteit is, moeten wij U derhalve een herstel met klem ontraden. De kosten zouden in dit geval hoog zijn, terwijl de werkelijke waarde van het orgel ook na herstel wel eens geringer kon zijn dan de aan het herstel bestede gelden. De enige oplossing voor uw situatie is dan ook de aanschaf van een nieuw, zij het bescheiden, kwaliteitsinstrument. Wij zouden U willen adviseren zo spoedig mogelijk tot fondsvorming over te gaan, ten einde binnen afzienbare tijd tot de bouw van een nieuw instrument te kunnen overgaan. Aangezien de prijzen in de orgelbouw voortdurend de neiging hebben te stijgen, vindt het alle aanbeveling eventuele nieuwbouwplannen zo spoedig mogelijk te realiseren. Indien bij U op een aantal punten nog vragen mochten bestaan, dan zijn wij gaarne bereid U hierover nader in te lichten.'
Op 9 maart vraagt de kerkvoogdij waar ze het orgel het beste kunnen verzekeren. Men is het eens met de conclusie om het orgel niet te restaureren.
De HOC schrijft op 13 maart aan de verzekeringsmaatschappij Stormbrand om contact op te nemen met de kerkvoogdij in Dwingeloo. Dit melden ze ook aan de kerkvoogdij.
Op 19 maart stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies.
Op 17 mei wil de kerkvoogdij graag een kopie van het rapport, omdat het rapport is zoekgeraakt. Het rapport zal in een bespreking met de notabelen aan de orde komen.
Op 21 mei stuurt de HOC een afschrift. (12) (34)

1964: Er worden acties gevoerd om geld in te zamelen voor een nieuw orgel onder meer door de voetbalvereniging. Daarnaast worden collectanten gezocht.
Op 7 maart schrijft organist Smit aan predikant ds. Bosma dat er een orgel uit Den Haag in de werkplaats van orgelmaker Slooff staat opgesteld. Volgens Slooff is het pijpwerk van uitstekende makelij. De door Smit geconstateerde lekkage was te wijten aan de windlade en niet aan de pneumatiek. Een prijsopgave voor een restauratie duurt nog even vanwege ander onderhanden werk. Kan Smit een afspraak maken om over de datum van oplevering te overleggen?
Op 23 september schrijft de burgemeester van Dwingeloo mr. W.W. Hopperus Buma een brief aan de kerkenraad en kerkvoogdij van Dwingeloo. Hij spreekt zijn zorgen uit over het proces tot aanschaf van het orgel en inzet van deskundigheid. In een bijlage beschrijft hij de gang van zaken tot nu toe: Zijn vrouw las een advertentie waarin de Doopsgezinde kerk van Den Haag haar orgel te koop aanbood. Mogelijk zou dit geschikt zijn voor de kerk in Dwingeloo. Toen men in Den Haag was om de situatie te bezien, bleek dat orgelmaker Slooff het orgel eveneens wilde kopen. Toen Slooff hoorde dat Dwingeloo ook een gegadigde was, trok hij zich terug. Op dat moment werd afgesproken dat Slooff het orgel zou demonteren, verbouwen en plaatsen in Dwingeloo. Op deze manier is er geen deskundig adviseur bij betrokken. Buma heeft daarom Dr. Vente geraadpleegd. Volgens Vente is het zeer onverstandig dit werk door een onbekende orgelmaker, zonder adviseur, te laten uitvoeren. Vente is bereid het orgel in de werkplaats van Slooff te inspecteren. De kerkvoogdij besluit geen gebruik te maken van het advies van Vente. Dit speelde zich al af in februari. Sinds die tijd is het stil. Nu wordt gevraagd voor de restauratie van het orgel f 10.000,- bijeen te brengen. Volgens deskundigen (organist Smit en orgelmaker Slooff) zou het een prima orgel zijn. Hij raadt aan toch een deskundige in te schakelen. (15)
In het archief van het bureau monumentenzorg zijn notities bewaard over de belangstelling die de Hervormde Kerk van Sleen had voor de gipsen beelden en de harp van het Spiering-orgel.

1965: Op 25 januari beantwoordt de kerkenraad de brief van 14 januari van Buma. De kerkenraad verwijst naar de kerkvoogdij voor een antwoord op zijn brief van 29 september. (15)
Orgelmaker Slooff wordt uiteindelijk toch belast met de restauratie en plaatsing van het Van Gelder-orgel (1886) uit de Doopsgezinde kerk te Den Haag.
Voor de geschiedenis en afbeeldingen van het orgel te Den Haag zie de tekst onderaan deze pagina.

Bij plaatsing in Dwingeloo vinden de volgende werkzaamheden plaats:
- De combinatietrede van het Hoofdwerk wordt verwijderd. Daarnaast wordt de zwelkast van het Bovenwerk weggehaald.
- De windlade van het Hoofdwerk wordt naar achteren verplaatst vanwege de aanwezigheid van een trekbalk.
- De Trompet 8' wordt weer geheel op de lade geplaatst
- Op het Hoofdwerk wordt de Bourdon 16' verwijderd en een Mixtuur II-III toegevoegd.
- Op het Bovenwerk wordt de Fluit Harmoniek verwijderd en vervangen door een Fluit 4'. De Voix Celeste wordt vervangen door een Piccolo 2'. Op een kantsleep wordt een Sesquialter I-II toegevoegd en de Salicionaal 8' wordt vervangen door een Prestant 4'.
- Op het pedaal wordt de Octaafbas 8' vervangen door een Koraalbas 4' (11)
Adviseur bij de restauratie is de eigen organist H. Smit uit Meppel.
Het orgel wordt op zondag 14 maart in gebruik genomen in een gewone kerkdienst. Het orgel wordt bespeeld door de eigen organist H. Smit. Ds. Bosma leidt de dienst en het hervormd kerkkoor zal meewerken. Geldinzamelingen leverden in totaal f 16.000,- op. Het resterende bedrag wordt geleend bij de diaconie. De diensten zijn een jaar lang begeleid op een harmonium.

Dispositie van het instrument na plaatsing in Dwingeloo:

Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal  
Prestant 8' Bourdon 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Prestant 4' Bourdon 8'
Octaaf 4' Fluit 4' Koraalbas 4'
Roerfluit 4' Piccolo 2'    
Quint 2 2/3' Sesquialter II    
Octaaf 2' Tremulant      
Cornet V discant        
Mixtuur II-III        
Trompet 8'       

De twee potten en de harpversiering op het Spiering-orgel uit 1925 worden verkocht aan de Hervormde kerk van Sleen. (Zie briefwisseling tussen Sleen en Dwingeloo bij Sleen)
Het oude orgel is verkocht aan de orgelbouwer Slooff.


Fotokaart van Slooff Orgelbouw


Meppeler Courant 1965-12-03

1966: Op 3 augustus geven organiste Marjan Verrips-Doorn en de sopraan J. Vosman-de Vries een concert. (15)

Meppeler Courant 5 augustus 1966


Asser Courant 19-11-1966


1969: Op 4 december heeft burgemeester Buma van Dwingeloo contact met het bureau monumentenzorg. Hij maakt zich zorgen over werkzaamheden die in de kerk plaatsvinden. (24)

1974: Op 5 december is er contact tussen de rijksinspecteur voor roerende monumenten en het provinciaal museum van Drenthe over de orgelluiken van het orgel uit 1665. Deze zijn niet in de inventaris van de rijksdienst te vinden.
Op 17 december antwoordt het Provinciaal Museum dat de informatie over de portretten afkomstig is van de heer Van der Kleij uit Emmen. In een boekje over de genealogie van de familie Boetzelaer staat dat de familie deze portretten in 1965 zou hebben geschonken aan de rijksdienst voor verspreide kunstvoorwerpen. (24)

1975: Op 22 januari schrijft Corneille Janssen van het bureau monumentenzorg aan Baron van Boetzelaer in Den Haag dat de portretten bij de Bataafse Revolutie uit de kerk zouden zijn verwijderd. Zij waren in 1921 aanwezig op Houdringe bij De Bildt en zouden in 1965 aan de rijksdienst verspreide kunstvoorwerpen zijn geschonken. Bij de rijksdienst zijn ze echter niet bekend. Is de verblijfplaats bij U bekend?
Op 15 februari schrijft baron van Boetzelaer dat de rijksdienst de portretten in bruikleen heeft afgestaan aan de zoon van de baron en dat ze in zijn huis hangen. Bij vererving zijn de portretten steeds aangeduid als 'portret van een echtpaar Boetzelaer, uit de kerk te Coevorden'. Zo staan de portretten ook vermeld in de schenkingsakte van 9 september 1966. Dat zal de reden zijn geweest dat ze niet konden worden gevonden. De zoon wil afstand doen van de portretten en ze in bruikleen geven aan het provinciaal museum. Ook de orgelluiken van het orgel, die eerst op de zolder lagen van huize Sandwijk in De Bildt, zijn aanwezig in het huis van zijn zoon. Ook de luiken wil zijn zoon afstaan. (24)
Er wordt geprobeerd de portretten en de luiken weer naar Dwingeloo te krijgen.

Meppeler Courant 05-11-1975

1976: Op 29 mei schrijft onderwijzer Reinder Smit aan het provinciaal museum dat hij de portretten heeft teruggevonden bij iemand in Den Haag. Hij heeft de eigenaar bezocht en de portretten gefotografeerd. De eigenaar is bereid ze af te staan. Kunnen deze portretten niet naar Dwingeloo?
Op 13 augustus schrijft de HOC op verzoek van de kerkvoogdij een rapport. Het betreft een instrument van de orgelmaker van Gelder uit 1886 en werd in 1964 door orgelmaker Slooff geplaatst, waarbij het werd gewijzigd.
De beide windladen zijn in slechte staat en vertonen door- en bijspraak. Het pijpwerk is voor een belangrijk deel origineel. De complete klaviatuur is nieuw behalve de registertrekkers. 'Het orgel zal een algehele restauratie moeten ondergaan, waarbij overwogen kan worden, of het zinvol is om de originele toestand te herstellen.' De HOC acht de kans klein dat het orgel wordt opgenomen op de monumentenlijst. Op dezelfde datum vraagt de HOC aan rijksorgeladviseur Wiersma of het orgel in aanmerking komt te worden erkend als monument. 75% van het pijpwerk is nog origineel.
Op 19 augustus stuurt de HOC een rekening voor het advies.
Op 30 augustus schrijft Smit aan het bureau voor roerende monumenten dat hij op 18 oktober 1975 navraag heeft gedaan over de verblijfplaats van de portretten. Deze zijn te vinden onder nr. C1773. Op 29 mei brengt Smit een bezoek aan baron Van Boetzelaer. Op grond van documenten die in het bezit zijn van Van Boetzelaer kan worden vastgesteld dat het inderdaad gaat om de panelen die behoorden bij het orgel dat van 1665 tot ca. 1890 in de kerk van Dwingeloo stond. Is het mogelijk dat ze worden afgestaan aan de kerk van Dwingeloo? Er is al overleg geweest met Corneille Janssen van het provinciaal museum.
Op 4 september schrijft Smit aan Corneille Janssen dat de kerk van Dwingeloo niet te vochtig is. De organist heeft zelfs waterbakken laten plaatsen omdat de lucht te droog is.
Op 17 november schrijft Corneille Janssen aan Smit dat hij een aanbevelingsbrief zal schrijven om de portretten naar Dwingeloo te halen. Graag nog geen publiciteit vanwege mogelijke gevoeligheden.
Op 17 november schrijft Corneille Janssen een aanbevelingsbrief naar de dienst verspreide rijkscollectie om de portretten en de delen van de orgelkas aan Dwingeloo af te staan.
Op 13 december verstuurt de HOC een herinnering voor de nota van 19 augustus. (24) (34)


Nieuwsblad van het Noorden 02-06-1976


Meppeler Courant 02-06-1976


Onbekende krant van 3 juni 1976 (24)

In deze tijd worden er in Dwingeloo ook regelmatig orgelconcerten georganiseerd.

Nieuwsblad van het Noorden 10-04-1976


1977: Op 5 januari schrijft de dienst roerende monumenten dat de dienst bereid is de bruikleen te beëindigen en een nieuwe overeenkomst te sluiten met de kerkvoogdij van Dwingeloo. Welke garanties kan de kerkvoogdij geven voor beheer en veiligheid?
Op 14 januari vraagt Smit aan Corneille Janssen welke adviezen hij kan verstrekken over het beveiligen van het kerkgebouw.
Op 14 januari schrijft Smit naar de dienst roerende goederen dat hij verheugd is dat de dienst bereid is een overeenkomst te sluiten met de kerkvoogdij van Dwingeloo. De kerkvoogdij overlegt met het provinciaal museum voor veiligheid en beheer. (24)

1978: Op 15 april vraagt Smit aan Corneille Janssen of er al vorderingen zijn gemaakt om de portretten naar Dwingeloo te krijgen. (24)

1979: De panelen zijn weer terug in Dwingeloo. De restauratie van de portretten heeft een jaar geduurd. Smit neemt de portretten persoonlijk in ontvangst in Den Haag.
Op een onbekend moment wordt een contract afgesloten met orgelmaker Mense Ruiter op basis van een offerte van 19 maart 1979 voor de restauratie van het Hoofdwerk, een deel van de mechanieken en de windvoorziening als stelpost. (34)

Meppeler Courant 5 februari 1979


Meppeler Courant 09-02-1979


Foto: Geert Jan Pottjewijd


1981: Restauratie door Mense Ruiter van de windlade en wellenbord van het Hoofdwerk.
Op 16 oktober stuurt Mense Ruiter een offerte voor de 'verdere' restauratie, opgesteld in overleg met organist E. Dees. Het betreft de restauratie van het Bovenwerk en het vervangen van de pneumatisch windlade van het pedaal door een mechanische windlade en het uitbreiden met een Trombone 8'. De kosten voor de restauratie van het Bovenwerk bedragen f 27.550. De kosten voor het pedaal bedragen f 37.500,-. Reservering van de Trombone 8' geeft een besparing van f 8.000,-. (34)

1982: Op 29 oktober stuurt Mense Ruiter een rekening voor de eerste termijn op het moment van het sluiten van het contract voor de restauratie van het Bovenwerk.
Op 29 oktober wordt er een contract gesloten met orgelmaker Mense Ruiter op basis van de offerte van 16 oktober 1981. Het restauratiebedrag voor de punten 1 t/m 6 bedraagt f 30.090,-. Er zijn stelposten voor de punten 7 en 8 voor respectievelijk f 590,- en f 1.770,-.  De werkzaamheden voor het pedaal worden niet uitgevoerd. (34)

1983:
Op 7 januari wordt de tweede termijn in rekening gebracht vanwege de start van de restauratie.
Op 18 maart worden de derde en vierde termijn in rekening gebracht wegens aflevering van materialen.
Op 18 april wordt de vijfde termijn in rekening gebracht wegens de oplevering van het orgel. (34)


Kerk en Muziek 1984 05 mei/juni

1985: Restauratie van de kerk

Meppeler Courant 1985-12-09

1987: Op 20 mei schrijft het ministerie van WVC een antwoord op een subsidieaanvraag van 2 juni. De totale onderhoudskosten zouden f 54.000,- bedragen. Voor het komende jaar zal rekening gehouden worden met een onderhoudssubsidie van 40% van f 3.000,-. Opgemerkt wordt door het ministerie dat er niet getoetst is of het orgel op de monumentenlijst staat. Dit is zo gedaan om snel te kunnen antwoorden.
Op 24 juli maakt orgelmaker Mense Ruiter een offerte voor de derde fase van de restauratie. Er zal een nieuwe sleeplade worden gemaakt voor het Pedaal met toevoeging van een Fagot of Trombone. De kosten bedragen f 54.000,-. Reservering van het tongwerk geeft een besparing van f 10.000,-.
Op 21 september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC. In 1976 is er al eens contact geweest over het orgel. In de jaren daarna zijn er verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Is het mogelijk alsnog een subsidie te ontvangen? Alle gegevens van de restauraties worden bijgesloten. Het gaat om een totaalbedrag van f 54.000,-.
Op 23 september schrijft de HOC dat ze graag een voorlopig rapport willen laten schrijven door Aart van Beek.
Blijkbaar is het voorlopige rapport contant betaald op de dag van het bezoek van de orgeladviseur gezien de opmerking op de nota van 7 oktober.
Het voorlopige rapport van de HOC verschijnt op 11 december. De op zich fraaie kas is bij de overplaatsing uit Den Haag door gebrek aan hoogte ingekort door het op grove wijze af te zagen. De originele dakbedekking is verdwenen en is nu vervangen door een plastic afdeklaag. De achterkant van het orgel is niet origineel. De windvoorziening vertoont geen lekkage. Later zijn er schokbalgen aangebracht. De windladen zijn gerestaureerd. De hoofdwerklade is gerestaureerd met een telescopisch systeem en vertoont nog lekkage. Op het Bovenwerk zijn ringen aangebracht. Dit functioneert goed. Het pedaal staat op een pneumatische lade en is vermoedelijk niet origineel. De mechanieken functioneren naar behoren, maar zijn gewijzigd doordat de bovenwerklade een andere plaats heeft gekregen. Tijdens de plaatsing door Slooff is veel oorspronkelijk pijpwerk verloren gegaan of verschoven. Door de verplaatste bovenwerklade moest de Trompet worden gekropt. Het vervangen van de pneumatisch pedaalwindlade wordt door de HOC goed bevonden. Of het orgel monumentale waarde heeft, is nog niet te zeggen. Hiervoor dient een bezoek van de Rijksorgeladviseur worden geregeld. (34)

1988: Op 29 januari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC naar aanleiding van het rapport of er een afspraak geregeld kan worden met de rijksorgeladviseur. (34)

1991: Op 16 december 1991 vraagt de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen Groningen-Drenthe (SBKGD) of de HOC een rapport kan schrijven. (34)

1992: Adviseur Rudi van Straten schrijft op basis van een bezoek aan de kerk op 28 februari een voorlopig rapport, gedateerd op 1 april. Ten opzichte van het rapport uit 1987 is er weinig veranderd. Het orgel is inmiddels wel toegevoegd aan de lijst met beschermde monumenten. Er kan gebruik worden gemaakt van de subsidie van de onderhoudsregeling. 40% kan worden vergoed, met een maximum van f 3.000,-. Voor het vervangen van het pneumatische pedaal dient er een adviseur te worden aangesteld, die een restauratieplan moet opstellen.
Op 9 april stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies. (34)

1995: Stef Tuinstra schrijft een restauratieplan. (34)

1996: Op 20 maart maakt Mense Ruiter een offerte voor een totale restauratie en een mechanisch Pedaal met vier stemmen.
Op 4 oktober stuurt Mense Ruiter een offerte voor een herstel in twee fases.
Fase 1: Restauratie balg, nieuwe windvoorziening tot aan de balg, deelrestauratie frontpijpen.
Fase 2: Restauratie windlade van het Hoofdwerk, hoogst noodzakelijke herstel van het pijpwerk, aanbrengen van een dak op de orgelkas.
In het tweede deel van de offerte wordt een nieuw mechanisch pedaal voorgesteld met 4 registers met de bestaande Subbas en Octaaf 4' en nieuwe registers voor een Octaaf 8' en een Trombone 16'. (34)

1998:
De huidige eigenaar van de luiken van het orgel uit 1665, baron Sicco van Boetzelaer uit Den Haag, draagt op 7 juni de panelen weer over aan de kerk. Op de kas van het kerkorgel stonden ook de portretten van Van den Boetzelaer en zijn derde echtgenote. Ook deze waren in het bezit van Sicco van Boetzelaer, maar kregen jaren geleden al een plekje in de Dwingelder kerk. Reinder Smit stelde destijds de echtheid van de portretten vast. 'Bij die gelegenheid liet Sicco van Boetzelaer mij ook de luiken zien. Wat ik toen zag, kwam exact overeen met de beschrijving van dominee Van Schaik, die van 1838 tot 1852 werkzaam was in het brinkdorp'. Er worden plannen gemaakt om alle bewaard gebleven delen van de oude orgelkas weer naar de kerk over te brengen. Reinder Smit ging in onderhandeling met Van Boetzelaer, maar de gesprekken liepen aanvankelijk op niets uit. Van Boetzelaer stelde als voorwaarde dat de panelen zouden worden gerestaureerd. Daar had de kerkelijke gemeente echter het geld niet voor. Smit kwam vast te zitten en vroeg de thans in Warnsveld woonachtige oud-burgemeester van Dwingeloo, Hopperus Buma, de onderhandelingen voort te zetten. Hopperus Buma wist te bereiken dat van Boetzelaer de eis van de restauratie heeft laten vallen. (08)
In 1998 maakt Stef Tuinstra een aangepast restauratieplan om het financieel haalbaar te maken vanuit de BRRM-regeling. Er wordt niet teruggegaan naar de oorspronkelijke aanleg, maar wel zoveel mogelijk gedaan om het oude klankkarakter weer terug te halen. Het pneumatische pedaal blijft zoals het is. (34)
2001: Erwin de Leeuw schreef een artikel over de orgelluiken en de portretten in het tijdschrift Dwingels Eigen van 2001.

1999: Eerste fase van een restauratie door Mense Ruiter: Herstel van de windvoorziening en de hoofdwerkmechaniek.

2007: Uitvoering van de tweede fase door Mense Ruiter: Herstel van de windladen, de bovenwerkmechaniek, de registratiemechaniek, herstel van het pijpwerk en klankherstel.

2008/2009: Orgelmakerij Mense Ruiter: herstel van het Pedaal na waterschade.

2010: Op 6 augustus wordt het orgel weer in gebruik genomen.

Huidige dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Roerfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet V sterk (discant), Mixtuur II-III sterk (1 1/3'), Trompet 8'.
Bovenwerk: Bourdon 8', Prestant 4', Fluit 4', Piccolo 2', Tremulant.
Pedaal: Subbas 16', Bourdon 8', Koraalbas 4'.

Koppelingen: Hoofdwerk - Bovenwerk, Pedaal - Hoofdwerk, Pedaal - Bovenwerk.


Foto: Geert Jan Pottjewijd
Aan de achterzijde van het orgel hangt een ingelijste tekst met een korte geschiedenis van het orgel.

Bericht door RTV Drenthe d.d. 29 juli 2010: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/47847/Kerkorgel-Dwingeloo-gerestaureerd (29-08-2024)



Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de foto voor een vergroting




Foto: Geert Jan Pottjewijd (18-07-2021)


2023: De kerk is inwendig verbouwd en geschikt gemaakt voor multifunctioneel gebruik. Het orgel is ingepakt tijdens deze werkzaamheden. Na het uitpakken van het orgel is het schilderwerk van het orgel bijgewerkt. De omlijsting van de klaviatuur is qua kleur in lijn gebracht met de kleur van de orgelkas. De kerk werd op 14 januari 2024 weer in gebruik genomen. (25)

2024: De luiken zijn gerestaureerd en zijn weer in de kerk geplaatst.

Dagblad van het Noorden 09-09-2024 (klik op de afbeelding voor een vergroting)


De luiken van het orgel uit 1665 in het koor van de kerk. (Klik op de afbeelding voor een vergroting) (31)

Organisten???:


1665 - 1670? Roelof Lunsingh (01)

1671? - 1682? Jan d'Elbrugh? (03).

1682 - 1738 Jacop(b) (Jansen) Smit(h). (04). 
Op 15 april 1709 krijgt hij 30 gulden uitbetaald Op 17 juni 1728 krijgt hij 50 gulden als traktement (19)

1739 - 1773 Anthony Kortrijk. (05).

1773 - 1781 Hendrik Lubberts (06)

1781 - 1784 Klaas Harms Klaassen (07)

Drentsche courant 13-05-1834, 16-05-1834 en 20-05-1834


1784 - 1813 Pieter Vogel

1813 - 1842 Jan Roelofs Bakker

1842 - 1892 Rijkman Wichers

1883 - 1923 E.J. Boneschanscher
Op een onbekend tijdstip gaf Boneschanscher een verzameling muziek voor orgel of harmonium uit.



xxxx - 1968 H. Smit

1968 - xxxx G. Dees


Bericht over de te lange naspelen van organist C. Veeze

Provinciale Drentsche en Asser courant 29-11-1947


Noten:

  1. Drentsche Volksalmanak van 1846, blz. 191-192. Ds. van Schaick was tot 1852 predikant te Dwingeloo.
  2. Dat Delbrugh de bouwer van het orgel is lijkt niet waarschijnlijk, omdat er een document bewaard is gebleven, waarin deze naam voorkomt als koster-schoolmeester.
  3. Drents Archief 0617 Huisarchief van Batinge 105
  4. Drents Archief  0617 Huisarchief van Batinge 103 Drentsche Volksalmanak 1850: 'schoolmeester te Dwingeloo 1678-1698 Jannes.
  5. Drents Archief  0617 Huisarchief van Batinge, 104
  6. Drents Archief 0617 Huisarchief van Batinge, 106
  7. Drents Archief 0617 Huisarchief van Batinge, 107 'Pampiren raakende de klockroge'.
  8. Drentsche Volksalmanak 1848, blz.44: 'Jacob Jansen Smit, organist 1685.' blz. 38: 'Jacob Smith, organist 1712'.
  9. Drents Archief, 0617 Huisarchief van Batinge, 108.
  10. Drents Archief 0617 Huisarchief van Batinge 109 Stukken Betreffende het beroepen van een koster-schoolmeester te Dwingeloo. 1773
  11. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1886-1894 blz. 21-23
  12. Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné 7104-Dwingeloo-HK Dossier 391
  13. Drents Archief 0345 Nederlands Hervormde Gemeente Dwingeloo 2.3. Archief van de kerkvoogdij 2.3.1. Stukken van algemene aard Notulen van vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 63 1867 - 1894
  14. Drents Archief 0345 Nederlands Hervormde Gemeente Dwingeloo 2.3. Archief van de kerkvoogdij 2.3.1. Stukken van algemene aard Notulen van vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 62 1830-1867
  15. Drents Archief: 0345 Nederlands Hervormde Gemeente Dwingeloo 2.3. Archief van de kerkvoogdij 94 Stukken betreffende de reparatie en vervanging van het orgel; 1959-1966
  16. Drents Archief: 0345 Nederlands Hervormde Gemeente Dwingeloo 2.3. Archief van de kerkvoogdij 2.3.1. Stukken van algemene aard Notulen van vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 61 1852-1867
  17. Drents Archief: 0345 Nederlands Hervormde Gemeente Dwingeloo 2.3. Archief van de kerkvoogdij 65 Bij de kerkvoogdij ingekomen stukken; 1814-1939
  18. Tijdschrift 'De Oude tijd' jaargang 1870 ds. Van Schaick 'Dwingeloo en wat het nog meer te zien geeft' blz. 64-74
  19. Drents Archief: 0617 Huisarchief Batinge 98 Rekening van en aanteekeningen omtrent ontvangsten en uitgaven der kerkvoogdij van Dwingelo, resp. over 1704-1707 en over 1709-1714; 1707, 1709-?14. Met kwijtingen der kerkvoogdij d.d. 1727 en 1728
  20. Boek: J.G.C. Joosting, Het huis-archief van Batinge E.J. Brill Leiden, 1910 bladzijde 33
  21. Drents Archief: 0617 Huisarchief Batinge 110 Stukken betreffende het beroepen van Klaas Harms te Diever tot koster-schoolmeester te Dwingelo; 1781
  22. Drents Archief 0001 Oude Staten Archieven 6 Resoluties van Ridderschap en Eigenerfden. 6.5 Landsdag 1664-1675; 1664 feb 23 - 1675 okt 7 pagina 35.
  23. E-mail Peter van Dijk d.d. 26-02-2023 over R. Klein: ‘Op 23-08-1847 is door de RK-parochie Kloosterburen het restant (170.-) van de laatste termijn voor het in 1846 opgeleverde Van Oeckelen-orgel betaald aan “R. Klein (v.Oeckelen)”. [Bron: artikel Victor Timmer in Het Orgel 2002/6 op pag. 22]. Er is geen R. Klein als werknemer van Van Oeckelen bekend. Wel een Roelof Kiers (1804-1875), maar die was in 1855 nog in Leeuwarden woonachtig en aldaar werkzaam. De naam Klein is dus geen verschrijving voor Kiers. Bij zoeken op de website www.wiewaswie.nl bleef als enige realistische mogelijkheid over: Roelof Klein (1804-1883, geboren in Groningen en aldaar gebleven). Bij zijn huwelijk in 1831 wordt als beroep koopman opgegeven, vanaf 1844 tot en met 1861 wordt hij in de diverse bewaard gebleven akten steeds houtkoper genoemd. De veronderstelling dat hij aan Van Oeckelen hout leverde voor het orgel in Kloosterburen en daarvoor in 1847 rechtstreeks door de opdrachtgever is betaald, lijkt aannemelijk. Of deze Roelof Klein orgel kon spelen, is niet bekend. Als dat wel het geval was, is hij een goede ‘kandidaat’ voor de orgelreparatie en het concert in Dwingeloo op 12-10-1851.’
  24. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 459 Dwingeloo, Brink 29 (NH kerk); 1960-1987
  25. Eigen waarneming 14 januari 2024
  26. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 69 1866
  27. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 89 1887, 1888
  28. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 90 1889
  29. Boek: J. Belonje en J. Westra van Holthe, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe, Assen: Van Gorcum, 1937.
  30. Boek: Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  31. Boek: Arie de Muij, Dit moniment ende gedagtenisse - 350 jaar geschiedenis van twee orgelluiken, Dwingeloo: Stichting Sint Nicolaaskerk Dwingeloo, 2024
  32. Boek: Arie de Muij, Levende stenen - 800 jaar Sint Nicolaaskerk Dwingeloo, Dwingeloo: Stichting Sint Nicolaaskerk Dwingeloo, 2023
  33. Boek: Reinder Smit, Fragmenten uit de geschiedenis van Dwingeloo, Stichting Het Drentse Boek, 1982 137-144
  34. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 387, Dwingeloo, 1961-1996

Tekst achterzijde orgel

Foto: Geert Jan Pottjewijd

Geschiedenis van het orgel in de Doopsgezinde kerk te Den Haag

1886: Bouw van een nieuw orgel door J. van Gelder, orgelmaker te Leiden
Dispositie volgens het bestek van 14 november 1885 (11)

Manuaal   Bovenwerk   Pedaal  
Bourdon 16' Salicional 8' Aangehangen  
Prestant 8' Bourdon 8'    
Holpijp 8' Fluit Harmoniek 4'    
Octaaf 4' Clarinet 8'    
Roerfluit 4'        
Quint 3'        
Piccolo 2'        
Cornet III disc.        
Trompet 8'        
           



Het Orgel jaargang 1, 1886, no. 8

Op een onbekend moment wordt de klarinet van het bovenwerk verwijderd voor een Octaaf 2' (11)

1896: Door de firma Weduwe J. van Gelder wordt een combinatietrede voor de vijf sterkste registers van het Hoofdwerk aangebracht. De Octaaf 2' van het Bovenwerk wordt vervangen door een Voix Celeste 8'. (11)


Advertentie van Van Gelder uit Het orgel 1900/01

1911: Van Leeuwen breidt het orgel uit met een zelfstandig pedaal met de volgende registers: Subbas 16', Octaafbas 8', Bourdon 8'.
Het bovenwerk wordt in een zwelkast geplaatst. Het pedaalklavier wordt vervangen en een pedaalkoppel toegevoegd.
De lade van het bovenwerk wordt verplaatst en de mechaniek daarop aangepast.
De C-Fis van de Trompet 8' wordt op een nieuwe pneumatische lade geplaatst. (11)

Circa 1931: Wijziging door van Leeuwen? De Cornet III wordt gewijzigd naar een Cornet V (11)


Foto's: voormalige website Aart de Kort